|
Cattery RuLive
Waarom een Cattery begonnen? Als kind wilde ik al graag een poesje, kreeg er twee keer eentje maar die gingen al snel dood aan kattenziekte. Als kind wilde ik later ook wel wonen op een boerderij, de sfeer die daar kon hangen vond ik geweldig. Ging zelfstandig wonen en wilde toch graag weer een poesje. Mijn pake Jakob wilde hem voor mij zindelijk maken, anders zou hij maar in mijn kamer poepen. Ik noemde hem Poes, het was nog niet zo in om poezen een mooie naam te geven.
Samen met mijn man namen we ook al snel een hond, de Golden Retriever Sascha. Soms hadden we twee katten, soms één. Afwisselend haalde ik die uit het asiel of nam een kitten om zelf op te voeden. Zo deed ik dat ook met de honden, soms hadden ze een stamboom soms ook niet. Ook onze drie kinderen kwamen (meisje, jongen en meisje), zij zijn inmiddels alweer zelfstandig wonend.
Vorig jaar begon ik te bedenken dat ik nu wel eens een raskatje wilde, leuk voor de kat Casper. Casper was nog stoer maar werd ouder en zou mee kunnen helpen de kitten op te voeden. Dat hadden we ook gedaan toen de hond Wuiles oud werd en Remi als pup kwam. In ‘De grote kattenencyclopedie’ keek ik welk soort raskat ik leuk vond en welk karakter het beste zou passen, dat werden de Maine Coon, Heilige Birmaan of een Ragdoll. Over de Ragdoll twijfelde ik een beetje, ik wilde geen lappenpop die ging hangen als ik hem zou optillen. Begin januari kwam het Heilige Birmaantje Kenji in beeld, bezoek afgelegd en het klikte, het zou doorgaan. Waarom en hoe weet ik niet maar toen ik weer thuis was had ik het gevoel dat ik nog even moest wachten. Nog even niet en belde toch maar af. Ondertussen bleef ik op internet speuren, leuk hoor om al die Cattery websites te bezoeken.
Het was midden februari, Casper leek al een tijdje niet zo lekker, de dierenarts gaf aan dat Casper zijn nieren eigenlijk niet meer werkten. De bloedwaarden waren zo hoog dat een mens dat niet zou halen volgens hem. Totaal overdonderd, maar zag de noodzaak wel in van een spuitje. Het was een trotse lieve kater, de baas in de buurt.
|

Op een avond, weer op internet, keek ik naar een foto van een Ragdoll poesje die voor herplaatsing in aanmerking kwam, er kon nog mee gefokt worden. Die mogelijkheid wilde ik eigenlijk ook wel. Het idee was geboren om haar te nemen. Begin maart haalde ik haar op, wat een schatje, gelukkig niet echt als een ‘lappenpop’. Ze heet officieel ‘Ragkoenin Missis Whatever’ .
We noemen haar Isis.
Ze leek wel wat schuw en angstig maar wat wil je met zo’n nieuwe omgeving met twee honden. Ze sliep eerst veel maar is inmiddels helemaal thuis. Remi ontpopte zich als een geweldig maatje voor haar, hij was ook de eerste die kopjes kreeg van Isis.
Lex, de tweede hond, heeft het niet zo door. Lex kwam bij ons toen hij drie jaar was, we werden zijn derde baasjes. Toen hij kortgeleden een kopje zou krijgen van Isis snapte hij het complimentje niet en liep weg. Alsof iemand je een kus wil geven omdat hij/zij je aardig vindt en je draait je voortijdig af en loopt weg.

|
|
Om te fokken, al is het maar één nestje, kon ik het beste een Cattery beginnen. Dus eerst maar eens kijken of alles goed is. Er kwam van alles op gang, de informatie overspoelde me en er blijven vragen. Na een FIV e.a. testen komt Isis met een kaal geschoren halsje te zitten, dat duurt dus weer een paar maanden voordat dit aangegroeid is. Bij de arts die de HCM deed, was het stukje kaalgeschoren pootje nauwelijks terug te vinden. Afgesproken is, voor de volgende keer, dat ze het anders doen. En hoe moet je stambomen lezen als je een leuke kater zoekt. Waar moet je op letten? Dat is nog informatie waar ik weinig over vind. De fokker van Kenji zal me wat verder op weg helpen. Het meeste is nu geregeld, de basis is gelegd.
Mijn cattery naam werd op 16 april officieel: Cattery RuLive. Toen ontstond ook onverwacht het gevoel dat ik eindelijk mijn ‘boerderijtje’ heb. Mijn website: www.cattery-rulive.nl
Met vriendelijke groet
Rudie de Boer

|

|